Op 18 september was het TreeTag Day, een Europese actie die aandacht vraagt voor het belang van bomen. Stichting Duurzaam Meerssen steunt het initiatief met het belichten van vijf bijzondere bomen in de gemeente. Op 8 oktober worden ze onthuld. Met dank aan de Heemkundevereniging Meerssen en met name Fred Erkenbosch.


Amerikaanse Tulpenboom

In 1804 kocht de Maastrichtse advocaat Charles Roemers de Proosdij, inclusief het omringende park ter grootte van zo’n drie hectare. Gebouwd en aangelegd in 1642 door Proost Petrus Hanonin, een Augustijner monnik.

Soemers liet de Proosdij slopen en bouwde er een huis voor zichzelf. Ook maakte de advocaat een begin met de omvorming van de classisistisch ingerichte tuin naar een park in landschapsstijl. Voor de leek: van een tuin met veel strakke lijnen naar een romantisch park in Engelse, romantische stijl met meer ruimte voor de natuur. Hij liet een Folly bouwen, een sierbouwsel, bestaande uit een imposante namaak-ruïne met een brug waarin nog brokstukken van de gesloopte Proosdij verwerkt werden. Aan de rand van het park liet hij een Amerikaanse Tulpenboom planten, anno 2025 een niet te missen blikvanger. Een boom die 65 meter hoog kan worden, normaal gesproken bloeit in juni en juli maar tegenwoordig soms vroeger.

 

Gloriëtte

Na de dood van Charles Soemers in 1838 transformeerde het park onder een nieuwe eigenaar aan het einde van de 19e eeuw verder met de aanleg van een gebogen vijver, omgeven door opgeworpen hoogten en slingerende paden. Op één van de kunstmatige heuvels werd in 1888 een neobarokke theekoepel gebouwd, beter bekend als de 'Gloriëtte'.

Ruim twee eeuwen en verschillende eigenaren verder is het park een oase van rust en groen met vele oude en bijzondere bomen waaronder een moerascypres, een valse christusdoorn, een zuileik, een Japanse

Noot en natuurlijk de Amerikaanse Tulpenboom, Liriodendron tulipifera. Geplant in circa 1820 met nu een stam met een omvang van 4.90 meter en circa 24 meter hoog. In Amerika zorgt de kolibri voor de bestuiving, in Nederland nemen bijen en hommels die taak voor hun rekening. Zeldzaam is de boom niet, hij werd regelmatig geplant in kasteeltuinen en parken, bijvoorbeeld bij Vliek in Ulestraten.   

 

Krijttijd

Het geslacht Liriodendron was al ver voor de mensheid op aarde, zo blijkt uit gevonden fossiele resten uit de Krijttijd, zo tussen 145 tot 66 miljoen

jaar voor de jaartelling. Veel van het leven op aarde verdween na waarschijnlijke de inslag van een grote meteoriet, maar de tulpendragende Liriodendron hield zich staande op twee locaties op aarde, onder meer in Amerika. De boom werd tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) een symbool van vrijheid; daarom stonden en staan nog altijd veel exemplaren in steden en dorpen

aangeplant.


Libanon Ceder

Op de Wijngaardsberg in Ulestraten staat langs de veldweg een markante boom die veel generaties heeft zien komen en gaan en veel stormen heeft doorstaan: de majestueuze Libanonceder (Cedrus libani). De boom is waarschijnlijk rond 1880 aangeplant door Romain Houben, destijds in 1865 medebouwer en eigenaar van de Wijngaardsberghof.

 

Met een leeftijd van zo’n 145 jaar is deze ceder niet alleen een botanisch hoogtepunt, maar tevens een levend monument van het cultuurhistorische landschap. Generaties bewoners groeiden op onder zijn brede, karakteristieke takken. Later maakte de boom deel uit van een sierlijk park met volière en met kersen-, pruimen-, en perenbomen van de beste rassen.

De Libanonceder is herkenbaar aan zijn gladde bast, snelle groei en bijzondere, opstaande kegels. Pas zo’n 40 jaar na planting verschijnen die om na 18 maanden rijping uit elkaar te vallen. Alleen de spil blijft achter aan de tak, een uniek kenmerk van deze soort. Bij verbranding verspreiden de kegels een vleugje ‘wierook’.

De Libanonceder is zeldzaam en behalve aan de Wijngaardsberg in Meerssen te vinden in de buurt van het station.


Boomtax, erfgoed van Geulle

De toenmalige gemeente Geulle voerde in 1818 de zogenoemde Boomtaks in, een bijzondere belasting op bomen. Voor elke boom die op gemeentegrond stond, betaalde de eigenaar jaarlijks een vaste bijdrage. Aanvankelijk bedroeg de taks 2,5 cent, later werd dat 5 cent per voet omtrek (ongeveer 30 centimeter gemeten op borsthoogte). Inwoners plantten Canadese populieren, wilgen, knotbomen en vooral fruitbomen. Deze werden niet alleen gebruikt als bezit of bron van inkomsten, maar ook voor praktische doeleinden. Knotbomen leverden brandhout en “sjansen” voor de bakoven.

Voor fruitbomen moest een hogere belasting betaald worden, omdat de eigenaar er geld mee kon verdienen. Om de vijf jaar registreerde de gemeente alle bomen opnieuw. De eigenaar moest zijn bomen daarvoor zijn bomen voorzien van een nummer en zijn initialen, aangebracht met goed houdbare verf aan de noordzijde van de stam.

In de 19e eeuw werd de Boomtaks afgeschaft, toch bleef het gebruik in Geulle nog lang voortbestaan en speelde het zelfs in de jaren zeventig van de vorige eeuw een rol bij de verkoop van gronden aan Staatsbosbeheer.

Op plekken als de Snijdersberg, Bloemberg, Piemelehook en langs het Westbroek herinneren nog enkele gemarkeerde bomen aan dit oude gebruik. Ze dragen soms nog zichtbaar de naam of initialen van historische eigenaren.

Zo vertelt de Boomtaks na al die jaren nog steeds het verhaal van een gemeenschap die haar omgeving vormde met inventiviteit, zorg en respect voor de natuur een traditie die tot op heden bewondering oproept.


De kloostertuin van Bunde

De kloostertuin van Huize Overbunde heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot het eind van de 14e eeuw. De tuin laat zien hoe kloostertuinen door de jaren heen zijn veranderd. Oorspronkelijk was de tuin onderdeel van een herenhoeve, maar nadat de zusters Franciscanessen zich hier in 1875 vestigden, kreeg de tuin een nieuwe functie.

Naast een moestuin werd het een plek voor gebed, contemplatie en onderwijs. Vanaf 1932 deed Huize Overbunde dienst als koloniehuis. Kinderen uit vooral grote katholieke gezinnen verbleven hier enkele weken of maanden om aan te sterken. Vanaf de jaren zestig kreeg het gebouw een nieuwe bestemming als opvangtehuis opvangtehuis voor moeilijk lerende kinderen. Tegenwoordig maakt de tuin deel uit van een woon- en recreatieomgeving.

 

Bijzondere berceau

Heel bijzonder in dit park is de berceau, een soort groene tunnel volledig overgroeid met gele kornoelje. Een berceau, ook wel loofgang genoemd, is vrij zeldzaam in Nederland. Bij de ingang van het park houdt de Hongaarse prinses Elisabeth de wacht (1207–1231), landgravin van Thüringen. Zij werd na haar dood heilig verklaard en is de beschermheilige van de liefdadigheid. Ook zie je een sokkel met twee handen, een symbool van de verbondenheid tussen Sint Franciscus en Christus. De Franciscanen (of Minderbroeders) namen in 1875 hun intrekin Huize Overbunde.

Achterin het park vind je een Lourdesgrot uit 1900. De grot is gemaakt van natuursteen en heeft twee identieke beelden van Onze-Lieve-Vrouw, een aan de voorzijde voor de bewoners van het klooster, en een aan de achterzijde voor passanten.

 

Franciscus van Assisi

Ook zie je een sokkel met twee handen, waarvan de symboliek de verbondenheid tussen St. Franciscus en Christus aantoont. Volgens de katholieke traditie kreeg Franciscus van Assisi in 1224 tijdens een periode van gebed op de berg La Verna een bijzonder visioen. Daarna verschenen er wonden aan zijn handen, voeten en zijde, net als de kruiswonden van Jezus. Deze wonden worden de stigmata genoemd. Zijn opvolgers waren de Franciscanen (of Minderbroeders) en van deze bedelorde waren het de Franciscanessen die in 1875 hun intrek namen in Huize Overbunde.


De moseik in Rothem

De eik groeit al miljoenen jaren op onze aarde, maar deze moseik hier op de begraafplaats van Rothem is nog relatief jong. Jonger in ieder geval dan het kerkhof dat in 1925 is aangelegd, enkele jaren vóór de bouw van de kerk waarmee het gehucht Rothem een zelfstandige parochie werd. De naam Rothem is een samenvoeging van de woorden Rode (ontginning) en Heim (woonplaats). Dit kerkhof ligt midden in de Koel, de kiezelkuil waaruit grind werd gewonnen voor de spoorlijn Maastricht-Aken die in 1853 werd geopend. Ook Rothem lag aan deze spoorlijn Aken totdat het station in 1935 werd gesloten.

 

Naar verluidt werd deze moseik ergens na de Tweede Wereldoorlog geplant. Hij is te herkennen aan het sterk behaarde, mosachtige napje waar de soort zijn Nederlandse naam aan dankt. De eikels zijn minder geschikt als voedselbron voor fauna dan die van inheemse eiken.

 

Onmisbare schakel

De eik groeit al miljoenen jaren op deze aarde. Na de laatste ijstijd vond hij langzaam zijn weg terug naar onze streken en werd hij een vaste bewoner van het Nederlandse landschap. De inheemse zomereik en wintereik behoren tot de meest karakteristieke bomen van ons land en vormen een onmisbare schakel in de natuur.

Maar de eik vertelt een verhaal dat verder reikt dan de natuur alleen.Voor de Kelten was hij de boom van wijsheid; de Germanen wijdden hem aan Donar, de god van donder en kracht. In de Griekse oudheid sprak Zeus volgens de overlevering door het ruisen van de bladeren van een heilige eik, en ook in de Bijbel zijn grote bomen plaatsen van ontmoeting, beschutting en verbond.

 

Kringloop

Bomen leren ons ook de wijsheid van loslaten. Zoals een boom zijn bladeren prijsgeeft om de winter te doorstaan, mogen ook wij afscheid nemen van wat ons niet langer voedt. Niet uit verlies, maar uit vertrouwen. Juist daarom kan een boom ook troost bieden wanneer wij afscheid nemen van iemand die ons dierbaar was. Waar een graf de herinnering vaak met een vaste plaats verbindt, leeft een boom verder. Zo maakt hij zichtbaar dat afscheid en voortleven geen tegenstellingen zijn, maar deel uitmaken van dezelfde kringloop. Onder een oude eik lijkt de tijd even stil te staan. Dan wordt voelbaar wat mensen al eeuwenlang in bomen herkennen: een levende verbinding tussen verleden en toekomst, tussen aarde en hemel, en tussen hen die zijn gegaan en hen die verder leven.


Als u vragen hebt over onze werkzaamheden of steun zoekt voor een mooi duurzaamheidsinitiatief kunt u hier contact opnemen